Werken met of aan elektrische objecten brengt een zeker risico met zich mee. Een elektrische schok, elektrische verbranding, vlambogen, brand en ontploffing kanletsel veroorzaken.

Bedrijven en instellingen met personeel in dienst moeten ervoor zorgen dat er veilig gewerkt kan worden. In de arbeidsomstandighedenregeling, die een uitwerking is van de arbeidsomstandighedenwet (1999), staan verwijzingen naar normen. Betreffende de elektrische veiligheid wordt in art. 7.11.3 verwezen naar de NEN 3140.

Werknemers dienen zich hieraan te houden. Werkgevers dienen aan te tonen dat alles in het werk gesteld is dit mogelijk te maken. Werkgevers kunnen dit aantonen door hun elektrische objecten periodiek aan een keuring te onderwerpen. Keuringen worden uitgevoerd door speciaal daarvoor opgeleide personen. In Duitsland gelden naast de EN 50110 hun VDE-normen (Duitstalig) (VDE-normen Engelstalig). België volgt alleen de norm EN 50110. De interval van de inspecties, de zogenaamde keuringstermijn, wordt bepaald door de installatieverantwoordelijke (de IV’er) van een bedrijf en doet dat aan de hand van de betreffende tabel uit die NEN3140. De IV’er zal dit op papier moeten vastleggen. Wat en wanneer dit gaat gebeuren wordt ook beschreven. De berekeningen kunnen per bedrijf zeer sterk verschillen. Gemiddeld is de uitkomst,

  • bedrijfsinstallaties eens in de 5 jaar,
  • grote machines afhankelijk van het gebruik: 1 tot enkele jaren,
  • kantoormaterieel zoals computer apparatuur: 3 jaar,
  • elektrische arbeidsmiddelen -Waar deze zich ook bevinden, in een werkplaats, keuken, kantine, gereedschapskoffer of klussenbus – elk jaar. Bij intensief gebruik kan de termijn korter zijn!

Elektrische arbeidsmiddelen zijn bijvoorbeeld: boormachines, koffiezetapparaten, koelkasten, haakse slijpers, verlengsnoeren, stofzuigers, magnetrons, haarföhns, tafelcontactdozen, soldeerbouten, laders van accuboormachines, haspels, verlengkabels, zaagmachines en ovens. Populair gezegd: Alles waar een stekker aan zit. Zowel 230 volt als 400 volt.